1.1 Inleiding
Met de Voorjaarsrapportage 2026 rapporteren we over de periode januari tot en met mei 2026. In de voorjaarsrapportage focussen we op bijsturing en afwijkingen ten opzichte van onze begroting. Per programma geven we u in de "In één oogopslag" op hoofdlijnen een totaalbeeld van het betreffende programma. Zoals gebruikelijk doen we dit door onderscheid te maken in wat goed gaat en wat beter kan.
De financiële meldingen leiden bij vaststelling tot een begrotingsbijstelling.
In deze rapportage is er voor gekozen om enkel meldingen op het lopende jaar op te nemen, tenzij het een structurele neutrale melding betreft in het kader van reëel ramen. Dit laatste om onze begroting zo reëel mogelijk te houden, zodat de afwijkingen aan het einde van het jaar zo klein mogelijk zijn. Deze rapportage geeft dus enkel een financieel resultaat op het lopende jaar.
Eventuele structurele effecten van meldingen uit deze rapportage worden voor de jaren 2027 e.v. zodoende rechtstreeks in de Programmabegroting 2027 verwerkt. Deze methodiek zorgt voor een stabieler financieel beeld tijdens het proces richting nieuwe begroting, alsook lopen eventuele structurele consequenties gelijk op met de structurele verwerking van de meicirculaire.
Conform ons huidig financieel beleid is de mogelijkheid gecreëerd om bij de voorjaarsrapportage, indien nodig, nieuw beleid op het lopende jaar aan u voor te stellen. Daar is in deze rapportage gebruik van gemaakt. Dit biedt u de mogelijkheid tot integrale afweging en prioritering.
Meicirculaire
In deze rapportage is zoals gebruikelijk de meicirculaire gemeentefonds verwerkt. Vanwege de korte doorlooptijd van dit proces en onze wens om het doorzetten van budgetten (integratie-/decentralisatie-uitkeringen en taakmutaties) richting beleidsvelden zorgvuldig af te wegen, kiezen we ervoor om deze budgetten in de voorjaarsrapportage in eerste instantie te reserveren binnen het programma Samen en Dichtbij en deze pas na separate besluitvorming door ons college in de najaarsbijstelling door te zetten naar het betreffende beleidsveld.
Het effect van de meicirculaire op onze begroting is in totaliteit € 0,8 miljoen voordelig.
Dit wordt met name veroorzaakt door een hogere loon- en prijsontwikkeling (€ 2,4 miljoen) en het gebruik van actuele basisgegevens en verhoging uitkeringsfactor (voordeel € 1,5 miljoen). Afrekening van het BTW-compensatiefonds over 2025 leidt daarentegen tot een nadeel van € 3,1 miljoen.
De bijstelling van integratie- en decentralisatieuitkeringen, suppletie-uitkering bommenregeling en taakmutaties leiden tot een hogere uitkering van € 5,0 miljoen en worden in deze rapportage vooralsnog centraal gereserveerd en zijn daarmee neutraal.
Prijsstijgingen door energiecrisis vanwege oorlog in het Midden-Oosten
De aanhoudende ongeregeldheden in het Midden-Oosten en de energiecrisis die dit tot gevolg heeft, veroorzaakt prijsstijgingen. Dit heeft consequenties voor de hoogte van bestedingen en zet budgetten onder druk op het moment dat deze prijsstijgingen worden doorberekend richting afnemers. In de vervoersbranche, waarbij men direct afhankelijk is van de brandstofprijzen, is dit al enige maanden het geval. Maar ook andere goederen en diensten zijn vanwege de energiecrisis onbedoeld duurder geworden.
Uitvoeringsbrief Samen meer voor elkaar
In de bijlage van deze voorjaarsrapportage wordt van de openstaande acties (2) uit de Uitvoeringsbrief "Samen meer voor elkaar" per actie aangegeven wat de stand van zaken is, of de actie loopt en in uitvoering is, ofwel inmiddels is afgerond of in lopend beleid is verankerd.
Resultaat
Het financieel resultaat van de Voorjaarsrapportage 2026 komt uit op € 6,7 miljoen nadelig ten opzichte van de Programmabegroting 2026. Dit resultaat is opgebouwd uit een drietal componenten:
- de doorwerking op 2026 vanuit de Jaarstukken 2025 voor een bedrag van € 7,3 miljoen nadelig;
- de begrotingsafwijkingen uit deze voorjaarsrapportage voor een bedrag van € 7,5 miljoen voordelig;
- de beleidsvoorstellen voor een bedrag van € 6,9 miljoen nadelig.
In het resultaat van € 6,7 miljoen nadelig is er dus vanuit gegaan dat deze beleidsvoorstellen worden gehonoreerd.
Op basis van enkel de begrotingsafwijkingen zou de voorjaarsrapportage op € 7,5 miljoen voordelig uitkomen. Dit wordt veroorzaakt door een grote diversiteit aan bijstellingen.
De grootste negatieve bijstellingen in deze rapportage zijn de bijstelling Gebundelde uitkering (BUIG) (€ 2,5 miljoen), bijstelling onderwijshuisvesting (€ 1,6 miljoen) en vervanging grote ICT-systemen (€ 1,2 miljoen).
De grootste positieve bijstellingen in deze rapportage zijn de vrijval administratief budget technische doorrekening (nieuw berekende uurtarieven en ureninzet) voor de Programmabegroting 2026 (€ 3,8 miljoen), bijstelling rentebudgetten (€ 3,0 miljoen), vrijval exploitatiebudget desinvestering boekwaarde Textielmuseum in verband met overheveling (€ 3,0 miljoen) en wijziging exploitatiebudget in investeringskrediet renovatie draaibrug Prinsenhoeven (€ 1,0 miljoen). Alle overige afwijkingen tellen op tot € 2,0 miljoen voordelig.
Naast de meldingen met directe consequenties voor het resultaat vinden in deze rapportage ook neutrale begrotingsbijstellingen (lasten en baten even hoog) plaats met als grootste, opvoeren budget Volkshuisvestingsfonds Tilburg Noord (€ 13,6 miljoen), prognose opvang uitkering Oekraïense ontheemden en nareizigers (€ 4,6 miljoen), herijking budget inburgering (€ 4,0 miljoen), rijkssubsidie Lokale Aanpak Isolatie (€ 3,4 miljoen), herijking Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) (€ 2,1 miljoen), verlenging rijkssubsidie Preventie met gezag (€ 1,7 miljoen), fasering herontwikkeling zwaaikom Loven (€ 1,7 miljoen), financiële bijdrage Rijkswaterstaat herplant bomen (€ 1,3 miljoen) en fasering mandaatbesluiten CO2 maatregelen (€ 1,0 miljoen).
Daarnaast zorgen de beleidsvoorstellen voor een nadeel van € 6,9 miljoen. Dit bedrag wordt met name veroorzaakt door het toevoegen van eerder vrijgevallen middelen Capaciteit decentrale overheden voor klimaat en energiebeleid (CDOKE) aan de reserve Investeringsfonds Klimaat (€ 3,3 miljoen), overheveling exploitatiebudget desinvestering boekwaarde Textielmuseum (€ 3,0 miljoen), tekort Toegang Tilburg (€ 0,6 miljoen), aanpak dode bomen Sparrenhof (€ 0,3 miljoen), uitbreiding formatie BasisRegistratiePersonen (€ 0,2 miljoen) en onderzoekskosten herstelmaatregelen zwembaden Drieburcht en Reeshof (€ 0,1 miljoen).
Daarentegen leidt één van de kredietvoorstellen uit deze rapportage, het kredietvoorstel voor de vervanging van houten bruggen, tot een vrijval van het bijbehorende onderhoudsbudget (€ 0,5 miljoen).
Ook worden een aantal gedekte beleidsvoorstellen aan u voorgelegd ten gunste c.q. ten laste van diverse reserves.
